Door op 3 februari 2014

PvdA tégen nota kunstgras

De nota Kunstgras is tijdens de raadsvergadering van donderdag 30 januari jl. in meerderheid door de Raad aangenomen. Als het aan de fractie van de PvdA had gelegen was de nota op dat moment niet aangenomen.

De nota kent twee sporen, te weten:

–          de noodzaak voor een vereniging, omdat er een veldentekort is;

–          de wens van een vereniging, niet omdat de noodzaak aanwezig is, maar om voetbaltechnische redenen, danwel multifunctioneel gebruik door meerdere verenigingen in een kern.

Voor wat het eerste spoor betreft, had onze fractie geen problemen. Daar voorziet ook de huidige Sportnota al in. Is er van een veldentekort sprake, dan kan een vereniging een verzoek doen aan het gemeentebestuur en wordt er gekeken of er een natuurgrasveld aangelegd kan worden, danwel vanwege ruimtelijke omstandigheden een kunstgrasveld.

Voor wat het tweede spoor betreft had en heeft onze fractie wel problemen, met name door de uitbreiding van taken voor de gemeente en de daarbij behorende gelden.

De Rijksoverheid heeft vele taken doorgeschoven naar de gemeenten, zonder dat daar genoeg gelden mee zijn gegeven. Dat betekent, dat de gemeenten en dus ook onze gemeente voor meer taken staan gesteld, zonder dat daar genoeg gelden tegenover staan. Reden voor de nieuwe gemeenteraad, die op 19 maart a.s. wordt gekozen, om keuzes te maken. De raad zal daarvoor een kerntakendiscussie gaan voeren,

Onze fractie vindt dat wij de nieuwe gemeenteraad niet voor de voeten moeten lopen, door nu een besluit te nemen, waar gelden mee gemoeid zijn, die wellicht op korte termijn anders benut zouden kunnen worden.

Er zal voorzien moeten worden in:

–          zorg voor mensen, die dat hard nodig hebben;

–          peuterspeelzaalwerk;

–          jeugdzorg;

–          bibliotheek;

–          reïntegratie van mensen naar werk, etc.

 

Onze fractie vindt dan ook, dat de wens van verenigingen om een kunstgrasveld aan te leggen (spoor 2) ingebracht moet worden in de kerntakendiscussie. Helaas heeft de Raad in meerderheid daar anders over gedacht.