Door Ingrid Wolsing op 3 oktober 2014

Toelage voor huishoudelijke hulp

In de afgelopen weken is er zoveel gebeurd dat ik moeite heb om te bedenken wat ik er uit zal pikken voor mijn weblog. Eind september heeft de gemeenteraad de drie beleidsplannen (Jeugdzorg, Participatiewet, WMO) vastgesteld en dat betekent dat we nu moeten overgaan tot de uitvoering van die beleidsplannen. Deze week was er een bijeenkomst voor de wethouders sociaal domein uit de regio Twente en Achterhoek met staatssecretaris Van Rijn. Daar ben ik naar toe geweest. Van Rijn wilde van ons weten of we op tijd klaar zijn, of we nog iets nodig hebben vanuit Den Haag (ja geld, maar dat had hij niet) en hij wilde graag wat voorbeelden uit de praktijk hebben. Het was een goede bijeenkomst. Beide regio’s hebben aangegeven op tijd klaar te zijn, maar problemen te hebben met het ‘verdeelmodel’ dat bepaalt hoeveel geld er voor de transities beschikbaar komt voor de gemeenten. Ik vind dat Van Rijn dat erg goed doet. Hij stelt zich kwetsbaar op (ook in Hengelo waren een aantal demonstranten) en denkt met ons mee. Hij ziet het ook heel duidelijk als een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat de transities goed gaan. Daarnaast heeft hij veel kennis van zaken en is bereid bij te sturen als dat nodig is (zei hij, naar aanleiding van vragen over dat verdeelmodel, dat voor ons zo nadelig uitpakt).

Ook gaf hij uitleg over de huishoudelijk hulptoelage. In de nieuwe WMO wordt er van uitgegaan dat het regelen en betalen van huishoudelijke hulp geen verantwoordelijkheid meer is van de gemeente. Dat betekent dat er veel overeenkomsten zullen worden opgezegd en dat er mogelijk mensen zullen worden ontslagen. Om dit tegen te gaan is er extra geld beschikbaar voor de zogenaamde huishoudelijke hulp toelage. De bedoeling is om zogenaamde gemaksdiensten ( o.a. huishoudelijke hulp) goedkoper te maken voor particulieren door korting te geven op het uurtarief via vouchers. Mensen die vanaf 2015 geen huishoudelijke hulp meer vergoed krijgen door de gemeente (bv omdat hun inkomen te hoog is) kunnen de huishoudelijke hulp behouden en betalen een lager uurtarief. Op deze wijze gaat er minder werk verloren en kunnen mensen gebruik blijven maken van de huishoudelijke hulp, maar moeten dat dan wel zelf regelen. Ook voor onze gemeente is er geld beschikbaar.

Volgende week ga ik in gesprek met twee zorgaanbieders om een aanvraag in te dienen bij het Ministerie. En dan moeten we vervolgens nog bedenken hoe we dit het beste kunnen regelen: zonder al te veel administratief gedoe. Het houdt me, ook volgende week, weer van de straat.

Ingrid Wolsing

Ingrid Wolsing

Woont: In Didam   Dit ben ik: Ik ben vanaf mijn studententijd (en dat is al weer heel lang geleden) politiek actief. Enkele jaren na mijn studie ben ik weer in Didam gaan wonen en wilde ik mij met de gemeentelijke politiek bezig houden. Ik ben toen lid geworden van de PvdA omdat dat de

Meer over Ingrid Wolsing