Door op 26 oktober 2014

Werkbezoeken in de jeugdzorg

In de raadscommissie Maatschappij en Organisatie (M&O) zijn we nu enorm druk met het vastellen van beleid en verordeningen van de drie grote transities die gaan plaatsvinden per 1 januari 2015. Nu kan ik alle ambtelijke stukken wel lezen, maar ik krijg toch de beste en meeste informatie door te gaan praten met mensen die dagelijks met de uitwerkingen van het gevoerde beleid te maken hebben. Bijvoorbeeld met het beleid dat nu gemaakt wordt voor de jeugdzorg in onze gemeente.

Ik vind dat als ik goede vragen wil kunnen stellen aan het college, ik dan ook echt moet weten wat de dagelijkse realiteit is in de jeugdzorg en dus van mensen uit de praktijk moet weten wat er nu wel en juist niet goed gaat in de jeugdzorg. Dus ben ik afgelopen tijd bij een aantal mensen en organisaties die te maken hebben met jeugdzorg op bezoek gegaan.

Zo ben ik een keer op bezoek geweest bij een gezin welke een stuk of 7 jongeren met een beperking liefdevol hebben opgevangen in hun eigen gezin. Ik had daar een heel boeiend gesprek met de pleegouders over welke problemen ze dagelijks ervaren met hoe de huidige jeugdzorg is georganiseerd. Maar ook over hoe zij denken dat het beter kan worden in de toekomst. Zij wisten mij te vertellen dat de jongeren die bij hen wonen, vaak al een hele schrijnende geschiedenis hebben voordat ze bij hen in het gezin kwamen. Vaak een geschiedenis waarbij deze kinderen en jongeren meermaals zijn verhuisd van de ene naar de andere instelling. Dat dit niet goed bleek te zijn gegaan aldaar omdat deze kinderen een specifieke handicap hebben waarvoor het belangrijk is om juist een stabiele en liefdevolle omgeving nodig is om te kunnen ontwikkelen. Dit was precies wat zij boden in hun gezin op een kleinschalige en persoonlijke manier. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag.

Dit echtpaar had overigens wel kennis en ervaring in de zorg. Zij hadden beiden bij een grote zorg verlenende organisatie in de gehandicaptenzorg gewerkt. Ze hadden plezier in hun werk, maar vonden ook dat het beter en anders zou moeten kunnen. Wat ze misten in hun werk was datgene doen waarvoor ze ooit de zorg in waren gegaan. Namelijk goede zorg en ondersteuning bieden en kinderen de kans te geven om een fijne jeugd te hebben en een goede opvoeding mee te geven. Helaas vertelden ze mij ook nog steeds te worstelen met de bureaucratie die er is in de jeugdzorg. Ondanks de kleinschaligheid van manier van zorgen voor deze speciale kinderen hebben zij nog steeds last van allerhande bureacratische verplichtingen welke voortkomen uit de manier hoe we nu de (jeugd)zorg georganiseerd hebben in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan het continu moeten opstellen, bijstellen en evalueren van zorgplannen en indicaties van de school, ggz en andere organisaties waar deze kinderen ook hulp van krijgen. Ze vinden het niet erg om te laten zien wat ze doen en dat dit op een verantwoorde manier gebeurd. Maar waarom 5 zorgplannen en even zoveel indicaties voor één en hetzelfde kind?

Met dit verhaal nog in mijn achterhoofd ben ik ook een keer een ochtend meegelopen als een soort stagiair bij het meldpunt kindermishandeling van bureau Jeugdzorg, afgekort AMK. Want als er een organisatie is waar veel kritiek op is, als ik de verhalen in de media en op internet mag geloven, dan is dit wel het AMK en bureau Jeugdzorg. Ik heb die ochtend echt mogen ervaren hoe ingewikkeld het beschermen van kinderen is. Zo mocht ik meeluisteren met de mensen van de telefoonlijn waar iedereen die zich zorgen maakt over veiligheid van een kind in zijn of haar omgeving een anonieme melding kan doen. Dus de mensen van de werkvloer zal ik maar zeggen. Het viel mij op dat er echt heel diverse meldingen gedaan werden door ook heel diverse mensen. Denk aan buren die de baby van de buren wel erg vaak hoorde huilen en waarvan ouders nogal vaak ruzie hadden met elkaar. Een verontruste juf van een basisschool die een leerling al een week niet meer in de klas had gezien en waarvan de moeder ineens verhuisd was naar andere kant van het land om bij een nogal dubieuze man in te trekken. Zelfs iemand die zich zorgen maakte over de nieuwe vriend van een familielid waar degene die melding deed via via er achter was gekomen dat deze man een justitieel verleden had met pedofilie en nu bang was voor de veiligheid van kinderen van het familielid. Dit soort verhalen komen dus zomaar even op een ochtend binnen bij het AMK. De medewerker aan de telefoon moet razend snel in kunnen schatten wat de ernst van de situatie is. Daarnaast moet diegene ook nog een beslissing nemen op basis wat het verhaal is aan de telefoon of dit een reden is om een zogenoemd raadsonderzoek in te stellen. De verhalen die ik hoorde waren behoorlijk heftig. Je zou bijna denken dat van iedere melding ook daadwerkelijk weer een raadsonderzoek werd opgestart. Dat bleek helemaal niet het geval te zijn. Er wordt juist geprobeerd om te kijken met de melder of er mogelijkheden zijn waarbij diegene zelf hulp kan bieden in de situatie. Als dit niet mogelijk is, of er mensen uit de omgeving van het kind aanwezig zijn die iets kunnen doen voor het kind en de ouders. Dit alles om er maar voor te zorgen dat kinderen veilig kunnen blijven wonen bij de eigen ouders. Nadruk lag juist op het advies geven aan gewone mensen hoe het kind en de ouders geholpen konden worden vanuit de kracht van de mensen in de omgeving.

Wat mij trof was de overtuiging die het AMK heeft dat alle ouders in principe willen dat het goed gaat met hun kind. Ouders doen hun best om een kind op te voeden. Soms lukt dit op sommige momenten even niet. Dan moet er dus even iemand zijn die de helpende hand biedt. De beste helpende handen zijn vaak bekenden van het gezin, zo bleek.  Juist de mensen van het AMK wisten mij te overtuigen van het feit dat hulp het best geboden kan worden in de directe omgeving van het kind. Dus niet ver weg door een hulpverlener in de stad, maar juist de mensen die bekenden zijn en pas als het echt om speciale problematiek gaat aangevuld met een professionele hulpverlener uit de nabije omgeving.

Het centrum Jeugd en Gezin (CJG) krijgt in onze gemeente een belangrijke taak hierin. Zo bleek uit de voorstellen vanuit het college van burgemeester en wethouders zoals die in de commissie M&O gepresenteerd werden. Dus een bezoek aan het centrum Jeugd en Gezin van Montferland kon niet uitblijven natuurlijk, zo vond ik. Dus samen met mijn collega fractielid Sandra ben ik een ochtend op bezoek geweest en in gesprek gegaan met de mensen die dit beleid moeten gaan uitvoeren. Wat ik hier hoorde heeft mij echt vertrouwen gegeven in de toekomst van de jeugdzorg in onze gemeente. Wederom heb ik ervaren dat hier mensen met kennis van zaken werken. En dat niet alleen, ook nog eens een duidelijke visie over waar het met de jeugdzorg naar toe moet. namelijk minder bureaucratisch, dichterbij de mensen en nadrukkelijk in samenwerking met het gezin en de mensen die voor dit gezin belangrijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld de school zijn, maar ook een oma van het kind die mogelijk al wat hulp biedt aan de ouders.

Het CJG in montferland bestaat nu 5 jaar. In die jaren hebben zij zich ontwikkeld en brengen deze visie ook al in praktijk. Zij lieten zien dat de verandering in denken over de zorg niet een proces van vandaag op morgen is, maar een proces waarbij iedereen moet wennen aan de nieuwe manier van werken en denken. Het is dagelijks leren van de ervaringen die zijn opgedaan. Wat daarbij altijd voorop blijft staan is het kind. Daar draait het om en doet iedereen het voor.

Al met al heb ik het als heel nuttig en leerzaam ervaren om eens echt in gesprek te kunnen gaan met de mensen die datgene dat de gemeenteraad als beleid vaststelt in hun dagelijkse werkzaamheden zullen gaan uitvoeren. Het geeft een goed beeld dat wat je in de raad en commissie bespreekt en aan voorstellen doet ook echt van belang is voor een grote groep inwoners. Ik heb mij voorgenomen om ook dit soort bezoeken te blijven doen in de periode tot aan de volgende verkiezingen. Dus bij deze wil ik ook een oproep doen dat als je aan mij iets wil laten zien of vertellen over wat er dagelijks gebeurt in de jeugdzorg ik op dergelijke uitnodigingen graag in ga.